Home

April 16th, 2010 von admin

Geschiedenis van het PMMK – van warenhuis tot museum – Het in 1947 door de Belgische architect Gaston Eysselinck ontworpen gebouw was oorspronkelijk een warenhuis, wat het tot in de jaren 80 bleef. In 1986 werd het gebouw met zijn grote glazen gevels en meer dan 14.000 vierkante meter vloeroppervlakte heropend als museum voor moderne kunst. Het museum staat in het centrum van Oostende, dichtbij het Leopoldpark. In 2009 besloot men tot het samengaan van het Museum voor Schone Kunsten en het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst (PMMK) in het gebouw van het PMMK. Tegenwoordig draagt het museum de naam “Kunstmuseum aan Zee”,  afgekort Mu.ZEE. Het beschikt over een van de grootste verzamelingen moderne Belgische kunst. In de permanente expositie zijn nu onder andere werken van Pierre Alechinsky, Guy van Bossche, Amedee Coutier,  Jan Fabre, René Magritte, George Minne, Panamarenko,  Constant Permeke, Emil Salkin, Jef Verheyen. De exposities worden op 5 verdiepingen gepresenteerd. Behalve een museumcafé is er een museumwinkel waar verschillende tentoonstellingscatalogi, posters, ansichtkaarten en grafische werken te koop zijn.

Van expressionisme tot Cobra-beweging en moderne kunst – In het tegenwoordige Museum aan Zee krijgt men een veelomvattend overzicht van de Belgische kunst vanaf het begin van de 20e eeuw. Bijzonder veelzijdig is de verzameling met werken van de Vlaamse expressionisten. Vooral de kunstenaars James Ensor en Leon Spilliaert zijn van groot belang. Beide schilders werden in Oostende geboren en bleven hun leven lang nauw verbonden met hun geboortestad en de regio.

James Ensor – de ziel van het Mu.ZEE – in het jaar 2006/2007 presenteerde het museum ter gelegenheid van zijn 20-jarig jubileum een groot retrospectief van het werk van James Ensor onder de titel „James Ensor en de avant-garde aan zee“ . De curator van deze grote tentoonstelling was Willy Van den Bussche, tegelijk de hoofdconservator van het PMCP. Ter gelegenheid van de 150e geboortedag van James Ensor is er momenteel een retrospectief onder de naam “bij Ensor op bezoek” te zien (tot 29 augustus 2010).

De Cobra-beweging – tegenbeweging van het surrealisme – Naast werken uit het dadaïsme en surrealisme, in het bijzonder van René Magritte en Delvaux, bevat de grote kunstverzameling ook werken van de Cobra-beweging, die een interessant contrast met de surrealistische kunst vormen. Op 8 november 1948 werd in een café in Parijs de Cobra-beweging gestart. De initiatiefnemers waren destijds de kunstenaars Asger Jorn, Constant, Christian Dotremont, Karel Appel, Joseph Noiret, Carl Henning Petersen und Corneille. Later sloten zich meer kunstenaars bij de beweging aan, waaronder Eugene Brands, Jan Nieuwenhuys, Pierre Alechnisky, Anton Rooskens und Lucebert . De oprichters waren afkomstig uit de steden Kopenhagen, Brussel en Amsterdam. Daarom besloot met de beginletters van deze steden het woord “Cobra” te vormen. Geïnspireerd door de gevaarlijke gifslang waarnaar de naam verwijst, wilde de kunstenaarsgroep als vereniging bewust tegen de maatschappelijke en kunstzinnige normen ingaan en met de stijlmiddelen van de informele kunst een tegenbeweging tegen het surrealisme in gang zetten. Hun doel was een bezinning op het expressieve element in de schilderkunst, waarbij men nadrukkelijk met elementen uit de kinderlijk-naïeve schilderkunst werkte. Men wilde zich losmaken van de burgerlijk-conservatieve opvattingen over kunst; vanuit spontane expressie schilderde men zowel abstract als met figuratieve kleuren en vormen.

Roger Ravel en Vis Gentil – van schilderkunst tot installatie - een ander indrukwekkend werk is Roger Raveels “Wat begrijpen wij eigenlijk”: een bruine bank, daarnaast een op een silhouet lijkende witte figuur met een zwarte rand. Een ander werk van deze kunstenaar is “Man met spiegel” uit 1962, waarin de toeschouwer in plaats van zijn spiegelbeeld zichzelf ziet. Zo ontstaat een bijzondere relatie met het driedimensionale karakter van de ruimte. De relatie met de ruimte in de kunst van Raveel wordt erg duidelijk in de installatie “Karren, om de hemel naar mijn tuin te lokken”: voor een grijze wand staat een door spiegels omgeven kar die hierdoor het plafond van het museum weerspiegelt (in plaats van de hemel). In 1984 kocht het museum van Vis Gentil het werk “Hommage aan James Ensor”: elementen van deze installatie zijn een tafel, een stoel en een trapleuning en resten van stucwerk. Op een zuil rust symbolisch James Ensor als “Meester van het masker” naast de dood, die in een mantel gehuld is.

Vakantie in Oostende – naast beton een vleugje mondaine flair – Meer dan 20 miljoen vakantiegangers bezoeken jaarlijks Oostende. Voor de meesten van hen is Oostende waarschijnlijk vooral een tussenstation op weg naar Engeland. Maar naast kunst heeft Oostende nog veel meer te bieden: een voetgangersgebied dat zich uitstrekt tussen de dijk, de handelshaven en het Leopoldpark, lonkt met talrijke terrasjes en winkelpassages, waar exclusieve zaken en discounts elkaar afwisselen. Ook Ensors woonhuis waarin hij tot 1917 woonde, is de moeite van een bezoek waard. Het huis bevindt zich in de Vlaanderenstraat. De bezoeker wordt meegenomen op een tijdreis door de bizar uitziende wereld van de kunstenaar. In de tijd rond de eeuwwisseling was Oostende een badplaats met een mondaine flair. Nog steeds getuigen veel Jugendstilvilla’s in de nabijheid van het 8 km lange strand van de vroegere grandeur. De eerste mensen vestigden zich al rond het jaar 800 op de plek van het huidige Oostende. Een erg leuk uitstapje is de haven. Hier liggen pronkerige zeiljachten en snelle catamarans, die een verbinding tussen het Europese vasteland en Groot-Brittannië vormen. Wie zin heeft om vis te eten, moet zeker de Visserskaai bezoeken. Hier is het een drukte van belang: alle denkbare vissoorten en andere zeedieren worden hier aangeboden. Thuis of in de vakantiewoning kan hiervan een heerlijke maaltijd worden bereid. Aanraders zijn de kostelijke maatjesharing of de zeeslakken, die Wulks worden genoemd. Wie in de vroege ochtend Vismijn bezoekt, kan hier genieten van een lekker vis-ontbijt en dan aansluitend in het Leopoldpark een verfrissende wandeling maken en het vermaarde bloemenuurwerk bewonderen. Wie een stedenreis naar Oostende maakt, moet zeker ook een bezoek aan het Noordzee-aquarium brengen. Hier, in de oude Krabbenhal, is de flora en fauna van de Noordzee te bewonderen.

Kunstmuseum aan Zee, 11 Romestraat, Oostende, +32 (0)59 508118

Geschrieben in | Keine Kommentare »

Kommentare sind geschlossen.